Search through the Arch-I-nfo database:

Neoclassicisme als staatsarchitectuur (1780-1840) (Architecturale bouwstijlen in de geschiedenis)

Sereen, streng en verheven
Leo von Klenzo beschouwde architectuur klassieke Griekenland als de bouwkunst van de hele wereld. Er was geen klimaat, materiaal, verscheidenheid in zeden die haar iets in de weg staat.
Deze verlichting sloot aan bij de gedachtenwereld van de Renaisance.

Humanisme: hernieuwbare terugkeer van de bouwkunst van de klassieke oudheid.
Deze architectuur vindt zijn oorsprong terug in de 15de en 16de eeuw en is gehoorzaam aan de eeuwige wetten van harmonie en schoonheid.
Er kwam een hevige strijd of de Griekse dan wel de Romeinse cultuur groter historisch en bouwkundig beter was. Had Rome de Griekse cultuur verfijd of vervalst? Of was Rome al sterker beïnvloed door de Etrusken?
Er werden tal van opgravingen gedaan in Pompeï (Italië). Wat daarbij aan het licht kwam werd beschreven door Johann Joachim Winckelmann in zijn werk waar hij de grondslag legde voor de moderne kunstwetenschappen.

In Frankrijk en Engeland ging men naar het Neoclaccisme (stroom klassieke bouwerken + palladianisme):
vb. Parijse kerk Saint-Geneviève (Jacques-Germain Soufflet):
- De plattegrond is in Renaissance stijl
- De tamboerkoepel boven het Grieks kruis is opgebouwd uit constrasterende delen en komt zonder overgang het kerkgebouw uit.

Duitsland greep naar het Classisisme:
Neoclassicisme kwam pas rond 1900 in de mode (ontsierd door vergroving en monumentalisme).

De eigenschappen en vormen van bouwwerken in de 5 decenia (18-19de eeuw) gedomineerd door Neoclasscistische vormprincipes (in buitenaanzicht en plattegrond):
- Helderheid
- Beheersing
- Rechte hoeken en lijnen
- Stereometrische bouw-lichamen
- Contrast dicht bij elkaar geplaatste elementen, rust, strengheid en verhevenheid
- Grootsheid gebouwen of functies die ze vervullen
Esthetiek en moraal in plaats van bewogen pracht en representatie
- Spaarzame decoratie (deed aangeplakt aan)
- Risalieten en pilasters als secundaire elementen
- Streng symmetrisch
- Voorzijde: zuilenhallen en -gangen om middenas te benadrukken

British Museum (Londen, 1823-1847) (door Sir Robert Smirke):
- Zuilenrij langs alle zijden voortgezet
- Vorm van een doos (soort Griekse Periteros met eenvormige zijden).
- Geen gepronoceerde voorgevel.
- Zuilen niet alleen decoratief maar ook constructief.
- De vorm is benadrukt door het constructieve (dit was een reden om de voorkeur te geven aan een Dorische en Ionische zuilenrij omdat deze soberder zijn).
- Uiterlijk van gebouw verraad de functie en de geschiedenis van het gebouw.
- Dit museum vormt het hoogtepunt van het (neo)classicisme in Europa.
- De stijl van de zuidzijde is dat van een Griekse tempel-architectuur zo is er enorme colonnade van 48 Ionische zuilen.
- De strenge monumentaliteit staat in contrast met het Barokke idee.
- Het bouw-principe kwam neer op in elkaargeschoven elementen die vervangen worden door een aaneenvoeging van blokvormige eenheden.

De architectuur in de V.S. beinvloed door Thomas Jefferson:
- Rome was voor jefferson het maatschappelijke en daarmee ook architectonische ideaal, dat hij in de V.S. opnieuw verwezenlijkt zag.


Charlottesville
, Virginia, V.S. (1769) (door Thomas Jefferson):
- Was het buitenhuis van Monticello 
- Pantheon in rome als voorbeeld
- Uitspringende zij-vleugels
- Ongestucte baksteen
- Ademt niet zozeer terughoudenheid en bescheidenheid als zelfbewustzijn
- Overeenkomst met later Renaissance en Romeinse Oudheid
- Niet overdadig en diffuus maar juist eenvoudig en toegankelijkheid
- Geïnspireerd door palladio’s streven naar de ideale villa
- Markant horizonaal accent
- Symmetrische opbouw voor beide portieken
- Voegde rechtlijnigheie van Palladio toe aan de franse elegantie van de brede kroonlijst, die door een hoge ballustrade bekroond wordt.
- Gebruik van rode baksteen steekt af tegen witte partijen (Amerikaanse traditie)

Amerikaanse Rijksuniversiteit, Virginia, V.S. (1769) (door Thomas Jefferson):
- Bouwelementen van het Panteon werden als bibliotheek aan het einde geflankeerd door zuilenpaviljoens
- Er was een uiteenlopende variante op de Romeinse zuilenordes

Het Capitool 
- Hiermee werdt de indrukwekkenste vorm Amerikaanse neoclassisme bereikt
- Grootste bouwwerk van de nieuwe staat
- Ideeën van de verlichting werden in dit monument verwerkelijkt
- Machtige koepel die ertoe leide dat capitool diende als voorbeeld voor vele andere parlementszetels in Amerikaanse deelstaten in Midden- en Zuid-Amerika.
- Zorgde in Amerika voor commotie
- Capitool van het antieke Rome was de plaats van de democratie en diende als voorbeeld.
- Classicisme van Palladio
- Het gebouw belichaamd de Amerikaanse droom van vrijheid en onbegrensde mogelijkheden
- De koepel van Thomas Walter werdt een herkennigsteken aan de stad. Deze koepel werdt een technisch waagstuk voor het eerst werd dit in gietijzer uitgevoerd dit als bescherming tegen de uitzettingskrachten. Hiervan construeerde hij 2 schalen, die heel inginieus bekleed en door bouten met elkaar verbonden werden.

Inginieursbouwkuns: de ogenschijnlijk breekbare constructies uit ijzer en glas:
- Het Moderne tijdperk was nu begonnen.
- 1750 → prijsdaling productie ruwijzer
- Rond het einde van de 18de eeuw was de stoom-techniek zo ver ontwikkeld dat productie op grotere hoeveelheden mogelijk werd.

Esthetische kenmerken van metaalbouw:
- Lichtheid
- Transparantie
- Suggestie van spanning en breekbaarheid


Gietijzeren Boogbrug Severn (1775-1779)
- 30 m overspanning door 5 halfronde spanten
- De vorm constructie had niets meer gemeen met houten bruggen
- Lichtheid en trasparantie, fragiel aandoende constructie
- Spanten werden tussen 2 stenen landhoofden ingeklemd

Christal Palace, London 1851 (door architect  Joseph Paxton)
- Ijzer en glas als hoofdmateriaal
- Product van industriële en commerciële opbloei (tijdens de industriële revolutie van Engeland)
- Voor de 1ste wereldtentoonstelling in london presenteerde Paxton onuitgenodigd zijn ontwerp
- In 5 maand tijd (17 weken) lieten ingenieurs Fox en Henderson in het Hyde Park een hal verijzen met een oppervlakte van 8,4 ha (grotendeels uitgevoerd door ongeschoolde arbeiders).
- Deze hal is niet alleen door zijn heldere, rationele indeling sensationeel, maar ook door het in 1748 gepatenteerde puddelprocédé, dat het mogelijk maakte ijzer in grote hoeveelheden te fabriceren.
- Zeer brede 5-hoekige hal (600m lang en 120m breed)
- De reusachtige ruimte werd slechts door een huid van glas en ijzer van de buitenwereld afgescheiden
- De ruimtewerking was revolutionair
- Dit was het aller eerste gebouw dat uitsluitend uit geprefabriceerde en gestandaardiseerde onderdelen bestond (dit was pionierswerk van de gerationaliseerde bouwwijze).
- Bouwelementen werden door verscheidene firma’s tegelijk gefabriceerd
- Het Chrisal palace slokte 1 derde van de Engelse jaarproductie aan glas op.
- Alleen zo kon het gedemonteerd worden na de wereldtentoonstelling en herbouwd worden in licht gewijzigde vorm in London-Sydenham.
- Jammer genoeg werd dit gebouw in 1936 door een hevige brand verwoest

Lift van Lissabon (Portugal) Neogotische stijl (1900)
door een leerling van ing. Gustave Eifel.
Eifeltoren, Parijs 1889 (door Inginieur Gustave Eifel)
- Gebouwd voor de Wereldtentoonstelling in Parijs
- Toren van 300m (vergelijking met de Domtoren uit de middeleleeuwen die 'maar' 47 meter hoog was)
- Bleef 40 jaar het hoogste bouwwerk ooit.

Galerie des Machines (vlak naast de Eifeltoren)
- 422m lang
- Stalen draagconstructie met spanwijte van 114 m, hoogte 47m
- De transparantie van wanden in Gotiek werd slechts bereikt door rond het gebouw een buitenproportioneel geraamte op te trekken
- Hier versmalt elk van de 20 3-ledige bogen van de Galerie des Machines zich tot 1 enkel punt op het grondvlak. Hoewel elke constructie op elke drager een neerwaartse druk van 412 ton een zijwaartse druk van 115 ton uitoefent, staan de dragers als het ware op hun tenen waarmee ze weer op rollen rusten.
- Waar het Christal palace erg statisch leek door het traditioneel bouwsysteem met loodrechte steunen en daarop rustende dwarsbalken kwam de Galerie des machines daarentegen vervloeiender en ontstond de indruk van een reusachtige tent

Kunstzinnige expressie in ijzer en staal:
- Galerie des machines illustreerde het technische kunnen van staal
- Deze constructie hield verband met functionele vereisten. Uitzetting van het materiaal, dat op temperatuurschommeling reageerde → verankering op rollen
- Juiste berekeningen van de stabiliteit in overeenstemming met de wetten van de harmonie
- Inginieursbouwkunst weigerde men als architectuur te erkennen
- Fabrieken, warenhuizen, tentoonstellingshallen, stationskappen, bruggen met grote spanwijtes, alles tijdsgebonden, nieuwe toepassingen binnen de bouwnijverheid → utiliteitsbouw genoemd
- Niets met bouwkunst te maken → ijzer en staal waren onechte materialen
- Niet voor kunstzinnige vormgeving
- Mocht niet openlijk getoond worden
- Eifeltoren → voor schande van parijs uitgemaakt (diende na wereldtentoonstelling gesloopt)
- Architectuur werd als façadekunst ingeperkt
- Londense St. Pancras station → voor stationskap een pseudo-gotisch slot geplaatst waarin het midland grand hote schuil ging
- Grandioze overkappingen (kathedralen van het industriële tijdperk) (vanwege rook locomotieven zo hoog gemaakt) → aan stadzijde achter historische steenfaçades verborgen
- Een kap in zijn nuchtere verschijning is een uitzondering (zie king cross station naast st. pancras)

Er werden nieuwe materialen ook buiten inginieurskunst toegepast:
- Breekbaar gietijzer al 4 keer beter bestand tegen druk
- Smeedijzer 40 maal beter bestand tegen trek en buigkracht dan steen en slecht 4 keer zo zwaar
- Gietijzeren zuilen versierd met kapitelen van klassieke zuilenordes (om ze vertrouwd te maken)
- Bouwconstructies van metalen steun- en draagbalken hadden uit statisch oogpunt geen wanden meer nodig
- Grootste technische revolutie → massieve bouwwijze door skeletbouw vervangen
- Mogelijkheid om bouwwerken in elke hoogte en breedte uit geprefabriceerde delen in ijltempo te bouwen

James Watt (1801):
- eerste gietijzeren skelet voor spinnerij van 7 verdiepingen
- schoolvoorbeeld voor fabrieken en pakhuizen 19de eeuw
- navolg ook voor massieve buitenmuren waar ze het skelet meer omgeven

Bibliotheque National, Parijs, Sainte-Genevieve (1858-1868)(door Henrie Labrouste)
- leidde onverhulde steunen dwars door de binnenruimtes
- liep vooruit op het bouwen met gewapend beton
- gewelfde zolderingen in gips bekleed ijzervlechtwerk
- leeszaal → middensteunen → historische, maar ragfijne vorm
- ijzer voor de zuilen en het gewelf accentueert hun slanke vormen
- eerste monumentale openbare gebouw waarin consequent ijzer wordt gebruikt

Het nieuwe bouwmateriaal: beton:- metaal met beton combineren
- was goedkoop en overal op aarde voorkomende grondstoffen
- materiaal leent zich voor geprefabriceerde bouwelementen
- ter plaatse gemakkelijk te mengen
- vele toepassingsmogelijkheden
- duurzaam
- zet onder invloed van warmte in de lengte net zoveel uit als ijzer of staal
- beton heeft zijn tegenwoordig vorm te danken aan portlandcement → zeer goed bestand tegen druk, maar nauwelijks tegen trek (scheurt)
- trek werd opgevangen door ijzeren en later stalen wapening

Bij de ontwikkeling van betonbouw vervulde François Hennebique een sleutelrol
- wist zwakke punt van de toenmalige betontechniek weg te werken (punt waar de bovenvloer in de gevelbalk en deze weer in de steun overgaat, op dit punt boog hij het wapeningstaat naar buiten en verbond het niet langer met gietijzeren zuilen, maar met steunen die ook van gewapend beton waren)
- resultaat: samenhangend betonskelet (monolitisch verbonden bouwwijze)
- hoe groter wapening en de hardheid van beton en staal → hoe dunner de bouwelementen
- omdat eigen gewicht van de skeletconstructie nog verder afnam konden steeds meer verdiepingen op elkaar gestapeld worden (dragende elementen hoefden zelfs niet te verbreden naar het fundament toe)
- het werd mogelijk op hetzelfde grondvlak steeds groter nuttig oppervlak onder te brengen


Inleiding

Bouwstijlen:
Barok en Rococo (1600-1780)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen