Search through the Arch-I-nfo database:

Passpanning bij aardelektrodes

Een passpanning is een elektrische spanning tussen twee punten van het aardoppervlak op pas-afstand (ongeveer 70 cm van elkaar) terwijl er een stroom door de aarde vloeit.

De hoogste passpanning treedt uiteraard op indien de verbindingslijnen tussen beide punten met de stroomrichting samenvalt.

Een normale passpanning kan optreden op plaatsen waar door middel van een aardelektrode stroom aan de aarde wordt toegevoegd, hetgeen veelal het geval zal zijn bij blikseminslagen en bij isolatiedefecten in elektrische toestellen, die met de elektrode verbonden zijn. De aardelektrode verzekerd u echter van elektrocutie indien er bijvoorbeeld te veel stroom op een huishoudtoestel zou zitten. Alle gevaar wordt dan afgeleid naar de aardelektrode. Nu gebeurt dit heel vaak door middel van een aardings-lus rondom het huis.Dit is ook van toepassing bij systemen die de aarde als stroomgeleider gebruiken, zoals tractiesystemen dit doen.

Gevaren
In het geval de passpanning bij grote stroom door de aardelektrode een zekere grens overschrijdt kan gevaar ontstaan, vooral voor grotere dieren. Dit gevaar bestaat intussen veelal slechts kortstondig, zoals bij een blikseminslag. Dit komt dan ook nog eens enkel voor in de directe omgeving van de bedoelde aardelektrode. Dit kun je ook zien aan de hand van grafiek, waarin het verloop van de spanning in de aarde rond een aardelektrode is aangegeven en waarbij verondersteld wordt dat de aardelektrode een spanning heeft van 75 Volt. Tussen de punten A en D, die op 50 cm van elkaar liggen, heerst in het veronderstelde geval een spanningsverschil van 50 Volt, in dit gebied kan men een onaangename schok ondervinden indien deze afstand bij het lopen zou worden overbrugd. Gelukkig komt dit maar heel zelden voor.