Search through the Arch-I-nfo database:

Ruwijzer soorten

Het ruwijzer wordt uit de ijzerertsen door smelting in de hoogovens verkregen. Het bestaat uit een verbinding van het zuiver metaal met koolstof, het bevat bovendien nog zwavel, phosphorus, mangaan, silicium enz. (weliswaar bijna verwaarloos maar toch nodig om het ijzer te vormen). Het gehalte aan koolstof is groter dan 2,3%.
Het ruwijzer is hard, het laat zich niet smeden, is broos en kan betrekkelijk gemakkelijk gesmolten worden. Smelttemperatuur 1050 -1250. Naarmate de kleur donkerder of lichter is, verdeelt men het ruwijzer in grauw ruwijzer en wit ruwijzer.

Grauw ruwijzer en wit ruwijzer
Bij het eerste wordt tijdens het afkoelen van de gesmolten massa een gedeelte van de koolstof als grafiet (potlood) afgescheiden, zodat het breukvlak van een stuk grauw ruwijzer een grauwe kleur heeft.
Bij het wit ruwijzer heeft de afscheiding van de koolstof niet plaats, het breukvlak heeft een witte kleur.
Het grauwe ruwijzer is weker en minder broos dan het witte ruwijzer; het is bij een temperatuur van 1200 - 1300 zeer dun vloeibaar en wordt daarom bij voorkeur voor het gieten van ijzeren voorwerpen gebruikt. Het grauwe ruwijzer wordt daarom dikwijls gietijzer genoemd.
Nadat het grauwe ruwijzer gesmolten is, giet men het in vormen, welke men onderscheidt in natte, droge en ijzeren vormen. Voor de matte vormen wordt zand gebruikt, voor de droge vormen (de zogenaamde vormmassa) zand, leem en klei.
Door het gebruik van ijzeren vormen verkrijgt men het hard gietijzer, dat harder dan het gewone gietijzer is. Door deze ijzeren vormen koelt het gegoten voorwerp zeer snel af, hierdoor verandert het grauwe gietijzer aan de oppervlakte van het voorwerp in wit ijzer.
Wordt het ijzer geruime tijd gegloeid met zuurstofrijke ertsen, dan ontstaat het zogenaamde smeedbare of getemperd gietijzer. Voor dit gietijzer kan slecht wit ruwijzer worden gebruikt.
De uitzettingscoƫfficiƫnt voor gietijzer is van 1 - 100 voor 1 gelijk aan 0,0000111, met andere woorden, een gietijzeren staaf van 1 meter lang, wordt, zodra we temperatuur 1 graad verhogen, 0,0000111 meter langer.
Indien de temperatuur 20 toeneemt, wordt een staaf van 4,5 meter: 4,5 m + (0,0000111 m x 20 x 4,5) = 4,500999 meter lang.

Meer over Ijzerconstructies en sterkteleer

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen